Geschiedenis van Parijs Amsterdam ’s werelds eerste internationale autorace

Tekst Wim Oude Weernink, Copright Classic Events 2016

Nadat Carl Benz en Gottlieb Daimler in 1886 de eerste auto’s ter wereld construeerden kreeg het nieuwe fenomeen automobiel vooral de Fransen in zijn greep. Want met name Parijs was het creatieve en innovatieve centrum van de wereld waar alles veranderde. Aldus vonden daar de eerste autotentoonstellingen plaats, werd in 1895 met de Automobile-Club de France een nationale automobielclub opgericht en ontdekten ambitieuze sportlieden de uitdaging om met automobielen onderlinge competities aan te gaan.  Vanuit de Franse hoofdstad vonden nog ruim voor de voorlaatste eeuwwisseling de eerste wedstrijden plaats - naar Rouen, Bordeaux, Nantes en Marseille. Met primitieve automobielen over stoffige wegen en niet zelden tegenover onwillende lokale bestuurders en een vijandig publiek langs de routes. Want dat voelde zich bedreigd door de nieuwe duivelse vinding. Autoracen in zijn oorspronkelijke vorm was een groot avontuur. 

Grensoverschrijdende autoritten kostten nog meer moeite, met talloze officiële documenten en een vaak problematische douaneafwikkeling. Dat bracht de l’ACF op het idee een internationale race te organiseren. En het bestuur van de club suggereerde daarvoor een route van de Franse hoofdstad naar Amsterdam en terug, als hommage aan de verre Nederlandse voorvaderen van hun oprichter en eerste voorzitter, Baron de Zuylen de Nijevelt de Haer. De race kende een sportklasse alsook een toerklasse zonder competitie element en stond open voor zowel automobielen als motorfietsen. Dat alles werd uitvoerig beschreven in een 115 pagina’s tellend reglement. In totaal schreven zich 69 équipes in voor de race en 26 in de toercategorie. Laatstgenoemden vertrokken op al 5 juli 1898, twee dagen eerder dan de snelle sportrijders, zodat beide tegelijkertijd op 9 juli dat jaar in Amsterdam zouden arriveren. Daar zorgde de zojuist (3 juli 1898) opgerichte Nederlandse Automobiel Club (de latere KNAC) voor een warm onthaal in en rond het Amstel hotel.

Voor de start van de race deden zich al grote problemen voor. De autocratische politie commandant Bochet van de startplaats Champigny-sur-Marne wilde de deelnemende auto’s controleren op hun technische merites, cq. de kwaliteiten om over zo’n lange afstand te kunnen rijden. Nadat de twee technisch geavanceerde Bollee racewagens door hem waren afgekeurd, brak een relletje uit. Bochet trommelde daarop een aantal leden van het 23e regiment huzaren op, bewapend met twee geweren, om de rebelse deelnemers in bedwang te houden. Die verzonnen echter een list: ze brachten in het geheim hun auto’s per trein of gesleept achter paarden naar de stad Viliers in het nabij gelegen departement Seine-et-Oise waar Bochet geen zeggenschap had…

Nadat tevens de benodigde benzine naar Viliers was gesmokkeld ging de tot 48 auto’s gereduceerde karavaan van start, aangevoerd door Fernand Charron in zijn gloednieuwe Panhard & Levassor met 2,4 liter viercilinder motor én een rond stuurwiel - een technische wereldprimeur! Er ontspon zich een spannende strijd tussen de Panhards van Fernand Charron, Léonce Girardot en René de Knyff enerzijds, en de Bollee’s van Giraud en Loysel. Druilerige regen speelde de deelnemers de eerste dag parten maar echt desastreus voor sommige waren de talloze lekke  banden die onderweg moesten worden gerepareerd. Stuk voor stuk gaven de auto’s op zodat maar 37 deelnemers het eerste traject tot Chateau d’Ardenne (bij het Belgische Dinant) volbrachten. De volgende dag reden zij via Luik naar de tweede rustplaats in Nijmegen. Daar had Giraud met zijn Bollee de leiding inmiddels overgenomen van Girardot en hield die vast tot de rustdag in Amsterdam.

Uitgerust en voldaan na een dag vol lunches, diners en recepties vertrok men weer richting Parijs, nu via Luik als eerste tussenstop. Toen ontbrandde een ultieme nek-aan-nek race tussen de twee Panhards van Charron en Girardot waarbij soms grote tijdverschillen bij de gedwongen overvaart met de veerponten over de Waal en Maas enige compensatie boden. Beide kemphanen kwamen na het tweede traject vrijwel tegelijkertijd aan in Verdun van waaruit op 12 juli voor de 26  overgebleven deelnemers de slotrit open lag naar Versailles. Daar zou de op wraak beluste politiecommissaris Bochet hen wel opwachten. Maar de organiserende ACF kreeg daar echter tijdig lucht van en liet de race officieel in Montgéron, net buiten Bochet’s departement, afvlaggen. Met Fernand Charron als de glorieuze winnaar want diens rivaal Girardot had een veilig geachte voorsprong van negen minuten tijdens het laatste traject verspeeld door lekke banden. Met een voorsprong van net iets meer dan 21 seconden (!) op een totale raceafstand van 1429 kilometer, met een voor die tijd ongelooflijk gemiddelde van 43,2 km/uur (over onverharde wegen) mocht Fernand Charron zich winnaar noemen van ’s werelds eerste internationale autorace: Parijs-Amsterdam-Parijs.